Afval inzamelsysteem Haarlemmermeer verandert per 2020 en 2021

Plastic bij het restafval of toch beter wachten met nieuwe inzamelingstransitie!

Het huidige Meerse inzamelsysteem is aangepast naar een nieuw systeem Van Afval- naar Grondstoffeninzameling (VANG). In sommige wijken waaronder Linquenda zullen de aanpassingen al spoedig merkbaar zijn, elders in de haarlemmermeer pas vanaf 2021.

Het nieuwe grondstoffeninzameling systeem (VANG) zou nodig zijn als gevolg van een onvoorziene en aanzienlijke stijging van kosten van het nieuwe inzamelbeleid 'Van Afval- naar Grondstofinzameling' (VANG 2018), De hogere kosten hebben te maken met (autonome) oorzaken zoals een forse stijging van de landelijke afvalstoffenbelasting met 237%  (van € 13,21 naar €31,39 per ton)  op het verbranden van restafval, hogere verwerkingskosten van te recyclen afvalstromen en een lagere vergoeding voor ingezamelde grondstoffen. Met andere woorden de beslissingen van de verschillende autonome groepen (overheid, afvalcentrales, retail etc.) zijn niet op elkaar afgestemd of zijn zelfs tegenstrijdig. Als je de belasting gaat verhogen, dan is het logisch, dat alles duurder en onbetaalbaar wordt.

Allerminst plezierig zijn de invoeringskosten, die kunnen oplopen tot bijna 3 mln en er is ook weinig draagvlak bij bewoners. Al eerder is gebleken dat de meeste bewoners tevreden zijn met het huidige systeem. Het is lastig te begrijpen dat gemeente een te kort heeft van 24mln en vervolgens een overbodige huisvuil inzameltransitie wil realiseren.  
Bewoners in laagbouw krijgen een extra 3e container voor plastic. Straks krijgt bijna ieder huishouden drie of vier containers, die vaak voor de deur zullen worden geplaatst en zal het straatbeeld hier en daar niet echt fraai worden. Door invoer van een container voor plastic vervalt de mogelijkheid om plastic naar de brengparkjes te brengen, verder verandert de ophaalfrequentie als volgt:

Huidige situatie: Wijken laagbouw rolemmers (2 rolemmers)
Restafval  • rolemmer 80/120/240 Itr.  • 26x per jaar geleegd
GFT • rolemmer 80ltr • 42 x per jaar geleegd
Plastic, blik en drinkpakken • naar brengparkje op 300 meter
Papier en karton • naar brengparkje op 300 meter
Glas • naar brengparkje op 300 meter

Nieuwe situatie: Laagbouwwijken met rolemmers in (3 rolemmers)
Restafval  • rolemmer 80 of 140I.  • 13x per jaar geleegd (was 26x 120 of 240ltr)
GFT • rolemmer 80/140/240l. • 42 x per jaar geleegd (was 42x 80ltr)
Plastic, blik en drinkpakken • rolemmer 140l (of 80/240l) 26 x per jaar geleegd (brengpark niet meer mogelijk)
Papier en karton • naar brengparkje op 300 meter
Glas • naar brengparkje op 300 meter

Voor hoogbouw: zoals de flats in Linquenda loopt reeds een proef en hebben de inwoners dicht bij de entree van hun flatgebouw of appartementencomplex thans al bovengrondse containers.  Vanwege de proef in Linquenda bij de flats zullen daar de bovengrondse containers worden vervangen door ondergrondse. De brengparkjes worden geschikt gemaakt voor, GFT,  PBD, Papier en Restafval. In het nieuwe plan zijn de maximale loopafstanden naar de containers optimaal aangepast. Glas kunnen inwoners kwijt in de ondergrondse containers in overige brengparkjes, zoals dat nu ook al kan. Bewoners zullen door de gemeente tijdig worden geïnformeerd.

Met de Haarlemmermeerse nieuwe afvalinzamelwijze wil men een milieuwinst bereiken door hergebruik van grondstoffen en een vermindering van de hoeveelheid restafval. Hierdoor wordt binnen afzienbare tijd voldaan aan de landelijke doelstellingen van maximaal 100 kg restafval per inwoner per jaar in 2020 en maximaal 30 kg restafval per inwoner per jaar in 2025, dit is thans in de Haarlemmermeer ca 187 kg per inwoner. Een bovenliggend doel is, om op landelijk niveau in 2050 een circulaire samenleving te hebben.
 
Het doel op zich prima, maar het is een utopie. De doelstellingen zijn niet realistisch.

De wegwerpmaatschappij is onhaalbaar en wordt voornamelijk veroorzaakt door de overheid en bedrijven zelf. In eerste instantie moeten alle verantwoordelijke instituten ervoor zorgen dat de wegwerpmaatschappij verminderd, maar ook bewoners zijn verantwoordelijk voor vermindering. Het lijkt er op, dat zowel de huidige maatregel als het nieuwe VANG niet anders is, dan eerst scheiden en daarna toch nog een groot deel (ca 90%) verbranden. Slechts een klein deel kan worden hergebruikt.


Plastic containers zullen worden gecontroleerd op een juiste inhoud, daar is natuurlijk niets mis mee, maar wanneer een container door onwetendheid van de twijfelachtige criteria PBD’s (Plastics/Blik/Drinkpakken) zal de gebruiker mogelijk worden beboet, dit gebeurt nu al in Apeldoorn.   

Nu diverse andere gemeentes juist overstappen op het nascheiden van afval door de centrales zelf, lijkt de Haarlemmermeerse inzameltransitie dan ook wat mij betreft controversieel.

Het scheiden van plastic is altijd onduidelijk geweest, omdat niet helder is wat wel en niet onder plastic valt, zoals oa NIET plastic afval wat ten onrechte toch bij het plastic terecht komt: zie overzicht hieronder.
Niet plastic afval: Landbouwplastic, Piepschuim (fastfoodverpakkingen) zoals zakjes chips en , pizzadozen, , vleesschaaltjes (zwart plastic), verpakkingsvulmateriaal) Resten papier, karton of (metaalkleurige) folie  (afdekmaterialen, chips verpakkingen, doordrukstrips van pillen of kauwgom) Verpakkingen met inhoud, Verpakkingen van chemisch afval (make-upverpakkingen, terpentineflessen, kitkokers)
Andere plastic producten en gebruiksvoorwerpen (speelgoed, plastic bestek en bordjes), Verpakkingen van afval uit bedrijven.  

Moderne afvalcentrales kunnen alle plasticsoorten herkennen, drinkpakken en blikjes zelf beter scheiden dan de doorsnee burger. Jammer, dat ondanks de inzet en wil van de burger om plastic te scheiden zeer groot is, helaas niet meer dan 90% wordt gerecycled en gewoon wordt verbrand of terecht komt op duistere bestemmingen.

Plasticverbruikende bedrijven, zoals Coca-Cola en Unilever moeten per 2024/2025 met oplossingen komen ter vermindering voor het verbruik van plastic wegwerpspul. Het is dan ook verstandiger om na 2025 te komen met adequate oplossingen voor het bereiken van milieuwinst en onnodige uitgaven.